Juist daarom is Q3 een sterk moment om de positie van de DGA opnieuw door te rekenen. Met de cijfers van het eerste halfjaar of de eerste acht maanden op tafel ontstaat vaak voldoende zicht op de jaarwinst om beslissingen te nemen over salaris, dividend en investeringen. Dat voorkomt dat keuzes pas aan het einde van het jaar onder tijdsdruk worden gemaakt. Voor veel DGA’s is die rust van grote waarde, zeker wanneer er ook privéplannen spelen zoals beleggen, schenken, aflossen of vermogensopbouw buiten de BV.
Box 2 vraagt om timing en maatwerk
In 2026 geldt in box 2 een tweeschijvenstelsel, waarbij het eerste deel van het inkomen uit aanmerkelijk belang tegen 24,5 procent wordt belast en het meerdere tegen 31 procent. Daardoor zijn het moment en de omvang van dividenduitkeringen belangrijker geworden. Waar dividend eerder vaak vooral aan het einde van het jaar werd beoordeeld, loont het nu om al in Q3 te berekenen hoeveel ruimte nog beschikbaar is in de lage schijf.
Voor fiscale partners speelt bovendien mee dat zij hun box‑2‑ruimte kunnen spreiden, waardoor het gezamenlijke voordeel groter kan uitvallen. Tegelijk is dividend nooit alleen een belastingvraagstuk. Het uitkeren van winst verlaagt immers ook de beschikbare liquiditeit in de BV, en dat kan gevolgen hebben voor buffers, investeringen of financieringsruimte.
Loon en dividend moeten in balans blijven
Naast box 2 blijft het gebruikelijk loon een belangrijk aandachtspunt. Een DGA kan niet onbeperkt loon vervangen door dividend; het salaris moet zakelijk verdedigbaar zijn in verhouding tot de werkzaamheden en de positie van de onderneming. Dat maakt de optimale mix van loon en dividend per situatie anders.
Bij die afweging spelen meerdere factoren mee: de winstverwachting van de BV, de privé‑kasbehoefte van de DGA, het totale inkomen in box 1 en box 2 en de rol van pensioen of andere vermogensdoelen. Door deze onderdelen in samenhang te bekijken, ontstaat meestal een beter besluit dan wanneer alleen naar het laagste belastingtarief wordt gekeken.
Wanneer actie extra urgent is
Deze onderwerpen zijn vooral urgent voor DGA’s met een winstgevende BV, oplopende liquiditeiten of geplande privé‑opnames in de komende jaren. Ook voor DGA’s die op termijn willen afbouwen, schenken of verkoopplannen hebben, loont het om de komende jaren niet losstaande beslissingen te nemen, maar een meerjarenplan te maken voor salaris, dividend en vermogensopbouw.
Q3 biedt daarvoor voldoende inzicht én nog genoeg ruimte om te handelen. Wie box 2, gebruikelijk loon en liquiditeit los van elkaar bekijkt, mist vaak de samenhang. Juist in combinatie bepalen deze onderwerpen hoeveel belasting wordt betaald, hoeveel ruimte er in de BV overblijft voor groei en buffers, en hoe toekomstbestendig de privé‑ en ondernemingsstructuur is.